Martinikerk Bolsward

Geschiedenis van de Martinikerk

De bouw van de kerk
Opgravingen in de kerk tijdens de restauratie van 1943 tot 1955 hebben aangetoond, dat deze kerk werd voorafgegaan door een Romaanse eenbeukige kerk, gebouwd van tufsteen. Veel van deze tufsteen ( een natuurlijke steensoort van vulkanische oorsprong ) is verwerkt in het koor van de kerk. De Martinikerk is ingewijd door de bisschop van Utrecht, David van Bourgondie, in 1459. (David van Bourgindie was bisschop in Utrecht van 1456 tot 1496, bouwer van de Utrechtse Dom.)

De tegenwoordige Sint Maartens- of Martinikerk is een van de belangrijkste Gotische monumenten in Friesland en domineert met zijn forse zadeldaktoren al eeuwenlang het silhouet van Bolsward.

De Martinikerk is een pseudobasiliek. Het kenmerk van een basiliek is, dat in de muren van het middenschip ramen zijn aangebracht boven de zijbeuken. Dit zorgt dan voor licht in het middenschip. Een pseudobasiliek heeft deze ramen niet en het middenschip krijgt dan het licht vanuit de zijbeuken. Het middenschip is bij een preudobasiliek ook lager dan bij een basiliek. De Martinikerk heeft aan weerszijden boven de zijbeuken drie ronde ramen, die gedeeltelijk zorgen voor licht in het middenschip. Dit komt bij weinig pseudobasilieken voor.

De kerk is tamelijk lang ( ruim 68 meter ). Deze indruk wordt versterkt, doordat de zijbeuken doorlopen langs de toren. Hier ontbreken de stenen kruisgewelven. De gedeelten van de zijbeuken naast de toren zijn voorzien van een houten tongewelf in tegenstelling met de rest van de kerk. Daar zijn stenen kruisgewelven. Het hoog oprijzende koor wordt uitwendig ondersteunt door steunberen, bekroond met pinakels. Het ontbreken van een kooromgang geeft aan het koor met zijn hoge ramen en smalle, door pinakels bekroonde steunberen een rijzig accent. Aan de noordkant wordt een ingebouwd wenteltrap bekroond door een achtkantig torentje. Het portaal aan de zuidzijde is sterk gerestaureerd. Een dergelijk portaal aan de noordzijde is afgebroken.

Het interieur wordt gemarkeerd door het onderscheid tussen koor en middenschip. Het middenschip krijgt het licht practisch alleen door de ramen in de zijbeuken en is daardoor donkerder dan het helder verlichte koor. Op deze manier werd door de gelovigen, die in het donkere schip waren, alle aandacht gevestigd op het koor, daar waar alles plaatsvond.

In de noordbeuk zijn vrij goed bewaarde, mooi uitgevoerde gewelfschilderingen blootgelegd uit het einde van de 15de, begin 16de eeuw met voorstellingen uit het geboorteverhaal van Christus.

De Martinikerk is niet alleen bekend om zijn architectuur, maar ook om zijn meubilair met als hoogtepunten de koorbanken en de preekstoel. De koorbanken behoren tot de belangrijkste overblijfselen van de Middeleeuwse beeldhouwkunst in Nederland. Er staan twee koorbanken aan de noordzijde van het koor. Een daarvan is oorspronkelijk afkomstig uit de Broerekerk. Aan de zuidkant van het koor staat een koorbank, die is samengesteld uit de resten van twee koorbanken.
Verder bezit de kerk een rijk versierde preekstoel in barokke stijl uit 1660 en een beroemd orgel, gebouwd door A.A.Hintsz. (1775 - 1781)