Martinikerk Bolsward

Graven in de Martinikerk

Qui vos estis fuimes qui nos sumus vor eritis.........

In de Germaanse en Romeinse samenlevingen verbrandde men vaak de doden. In 785 werd dit verboden door keizer Karel de Grote. Voortaan werd er buiten de nederzettingen begraven. Naarmate het christendom zich in Europa verspreidde en er kerken gebouwd werden, gaf men de voorkeur aan in of in ieder geval dicht bij de kerk begraven te worden. Als het mogelijk was in de kerk en het liefst zo dicht mogelijk bij het altaar. In het begin werden alleen belangrijke inwoners en geestelijken begraven in de grafkelders. De graven werden afgedekt met hardstenen dekplaten met ingehakte symbolen, teksten, wapens. Later werd het mogelijk, dat ook anderen in de kerk worden begraven. Vanwege de kosten was dit lang niet voor iedereen weggelegd. Mensen met minder geld werden begraven op het kerkhof rondom de kerk. De allerarmsten op de mindere plaatsen van het kerkhof, soms in een gemeenschappelijk graf.

Het begraven in de kerk gebeurde niet altijd even zorgvuldig. Geruimd werd er niet en de kerk raakte op den duur vol. Vanwege het gebruik aan ruimte was het niet altijd mogelijk iedereen een eigen graf te begraven. Het waren meestal familiegraven. Door het herhaald lichten van de zerken, het graven in de kerk, verzakten vaak de vloeren. De stenen sloten niet meer goed aan en het gevolg was, dat er in de kerken, vooral bij warm weer, een permanente geur hing.

In de 18de eeuw kwam langzaam het besef op, dat begraven in de kerk toch niet zo ideaal was. In 1795 kwam er een verbod op begraven in de kerk. Dit was ten tijde van de Bataafse Republiek. (Franse tijd, 1795 - 1813)

In een placaat van 8 juni 1795 werd dit bekend gemaakt.

Artikel 3:
- Dat na het einde van dezen jare 1795 geene Grafsteden in eenige kerk meer zullen mogen worden geopend of geroerd/maar alle dezelve gesloten zullen moeten worden gelaten/ ten minsten tot den jare 1820.

Artikel 5:
- Dat de oude Grafzerken in de kerken moeten worden gelaten/zoo lang de opzichters derzelven/ of zoogenaamde Kerkmeesteren zulks verkiezen; doch dat daar alleen de Naamen en Sterftyden/ doch niet de wapens zullen mogen blyven/ welken zoo dra doenlijk zullen worden uitgehakt.

Er kon wel ontheffing worden aangevraagd, wat ook meestal werd verleend. Het oude gebruik van begraven in de kerk blijkt zo diep verankerd, dat met het verdwijnen van de Fransen in 1813 het verbod direct weer ongedaan wordt gemaakt. Pas in 1829 komt er een nieuw verbod - en nu definitief - op het begraven in de kerk.

Zoals in zo veel oude kerken is er in de Martinikerk ook begraven. Na een aantal restauraties en veranderingen in opstelling van de banken zijn er nog 179 grafstenen in de kerk over. Buiten de kerk liggen er nog 10. In de Broerekerk zijn nog 16 grafstenen.

Veruit de meeste grafstenen liggen niet meer op hun oorspronkelijke plaats. Ook onder de stenen is niet meer te vinden. Met de restauratie van de vijftiger jaren is de gehele vloer van de kerk overhoop gehaald. Tijdens de restauratie van 1987/88 is de vloer van het middenschip en de beide zijbeuken weer opengelegd in verband met het herstel van de fundaties. In het koor zijn nog een paar grafkelders. Deze zijn nog origineel en onaangetast. Verder zijn er nogal wat grafstenen in de loop der jaren verdwenen. Met het verwijderen van de stenen gedurende de restauraties is niet altijd even zorgvuldig met de zerken omgesprongen.

Bij de beschrijving van de grafstenen is de tekst zoveel mogelijk letterlijk overgenomen. Men had voor 1800 geen uniforme spelling. Ieder schreef maar zoals het hem inviel of mooi vond.

Wat opvalt:
- verwisseling van de u en v
- bv. januari - janvary ; huisvrouw - huysvrov ; oud - ovt ;
- burgemeester - bvrgemeister
- weglating van letters
- bv. va - van ; de - den
- een merkwaardige manier van het noteren van de maand
- bv. september - 9bris

Kennelijk werd de steenhouwer per letter betaald en gold derhalve hoe minder
letters, hoe lager de prijs.

In de tekst staat ook vaak een woord tussen vierkante haakjes, bv. [out] dwz. hier zal hoogstwaarschijnlijk het woord oud hebben gestaan. Vaak is er op de grafsteen nog meer een letter of een gedeelte van het woord zichtbaar.

Wat ook opvalt, is het hergebruik van de grafstenen. Vroeger waren de grafstenen ook duur en het loonde de moeite om een oude steen te kopen en opnieuw te gebruiken. Vaak beitelde men dan het gewenste opschrift gewoon erbij. Bv. Steen no. 4 in vak 10. De randschrift is van 1533. De tekst in het midden is van 1826. Grafsteen no.6 in vak 16. Hier is het randschrift van 1530. In het midden staan twee opschriften van 1616 en van 1681. De namen, die in die opschriften voorkomen, hebben niets met elkaar te maken. Wat ook voorkwam, dat een oude steen werd gekocht en helemaal werd schoongekapt. Daarna werd de nieuwe tekst erop gezet. bv. steen no.1 in vak 15. Achterin de kerk, in het koor (vak 9), ligt een oude altaarsteen. Vier van de vijf kruisen zijn nog zichtbaar. Deze altaarsteen is twee keer als grafsteen hergebruikt. (steen no.27; vak 9)

Bronnen:
- Diverse beschrijvingen grafzerken Martinikerk. (Tresoar)
- Kerkelijk archief Martinikerk Bolsward ( Tresoar)
- Mensen in en om de Martini van J.J. Kalma.